Signaleringskaart Palliatieve Zorg

 
   
    

Om de kwaliteit van leven van patiënten in de palliatieve fase zo veel mogelijk te kunnen verbeteren is het van groot belang dat symptomen vroegtijdig gesignaleerd worden. Met name verzorgenden en verpleegkundigen zien de patiënt zeer frequent en vaak ook langere tijd. Hierdoor hebben zij een goed beeld van de situatie en kunnen veranderingen snel waarnemen.

 

Deze signaleringskaart dient als geheugensteuntje waar op te letten binnen de palliatieve zorg met de daarbij behorende interventies. Bij een aantal symptomen zijn hulplijsten beschikbaar welke via de website van het Netwerk te downloaden zijn: www.netwerkpalliatievezorg.info Voor meer achtergrondinformatie, in goed leesbare taal beschreven, verwijzen we naar de box signalering in de palliatieve zorg die in 2011 is uitgebracht door het IKNL. Tevens verwijzen we naar de richtlijnen palliatieve zorg van IKNL. Deze zijn ook te raadplegen op de website van het Netwerk: www.netwerkpalliatievezorg.info. Naast de kennis van symptomen is het van groot belang dat er optimale samenwerking plaatsvindt tussen verschillende disciplines waarbij gebruik gemaakt wordt van elkaars expertise. Hiervoor kan in eerste instantie de sociale kaart geraadpleegd worden binnen de eigen instelling. Voor buiten de organisatie kan de sociale kaart van het Netwerk geraadpleegd worden: http://www.netwerkpalliatievezorg.nl/shertogenboschbommelerwaard.

Inhoudsopgave

1. Ademhaling

2. Psychisch/ sociaal

3. Uitscheiding

4. Voeding

5. Overige symptomen 

 
   
   

 

 
 
 
  • Benauwdheid (Dyspnoe)
  • Hoesten
  • Reutelen
  • Zorg voor goede voorlichting
  • Ga na of er sprake is van angst (om te stikken)
  • Bespreek angst met betrekking tot stikken met de patiënt en naasten
  • Let op een goede houding (half rechtop met kussens in de nek en onder de armen).
  • Adviseer goede ademhaling (buikademhaling, door de neus in en door de mond uit).
  • Zorg voor frisse lucht en beperk overgang van koude naar warmte.
  • Tracht inspanning te beperken.
  • Bij hoesten; assisteer bij het hoesten door middel van compressie van de thorax tijdens de uitademing. Effectief hoesten lukt het beste zittend of staand en niet liggend op de rug.
  • Bij reutelen; bied naasten ondersteuning en informatie over de afwezige hinder voor de patiënt en adviseer zijligging of zo mogelijk rechtop zitten.
  • Overleg met behandelaar voor eventueel verstrekken van medicatie indien adviezen onvoldoende helpen.
  • Schakel zo nodig andere disciplines in bijvoorbeeld fysiotherapeut, maatschap-pelijk werk, psycholoog.
 
   
   

 

 
 
 
  • Angst
  • Delier 
  • Depressie
  • Mantelzorg
  • Slaapproblemen
  • Zorg voor goede voorlichting.
  • Denk aan eventuele somatisch oorzaken (pijnbestrijding, veranderingen medicatie, urineretentie, obstipatie, etc.).
  • Bij angst; Onderzoek met patiënt en naasten welke aspecten een rol spelen bij het ontstaan en in stand houden van angst.
  • Bij delier; overleg bij eerste signalen - zoals omkeren dag- nachtritme, levendig dromen, voorbijgaande hallucinaties, overgevoelig voor prikkels, rusteloosheid, desoriëntatie - met behandelaar. Ga na of er een behandelbare oorzaak is en zorg voor een rustige vertrouwde omgeving.
  • Bij depressie; kenmerkend bij depressie is dat het zich over een langere periode ontwikkeld. Biedt steunende gesprekken met de patiënt en zijn naasten. Overweeg verwijzing.
  • Bij mantelzorg; signaleer in een vroeg stadium tekenen van burn-out bij mantelzorg en ondersteun de mantelzorg bij het vinden van evenwicht tussen naaste zijn en de hulpverlenende rol.
  • Bij slaapproblemen; Geef adviezen om slapeloosheid te bestrijden, zoals dagindeling aanpassen, dag- nachtritme bewaken en geen overdadige maaltijd, koffie of cola 's avonds. Creëer optimale voorwaarden om goed te kunnen slapen.
  • Overweeg in overleg met behandelaar verwijzing voor gespecialiseerde psychotherapeutische emotionele, gedragsmatige/cognitieve of sociale interventies.
  • Overleg met behandelaar voor eventueel verstrekken van medicatie indien adviezen onvoldoende helpen.
 
   
   

 

 
 
 
  • Ascites
  • Blaasretentie
  • Diaree en braken
  • Ileus
  • Obstipatie
  • Urineverlies (Urogenitale problemen)
  • Zweten
  • Zorg voor goede voorlichting over mogelijke oorzaken.
  • Zorg voor goede vochthuishouding.
  • Houdt rekening met schaamte.
  • Bij ascites (vochtophoping in de buik); adviseer een half zittende houding en los zittende kleding. Heb aandacht voor benauwdheid.
  • Bij blaasretentie; de behandeling van de acute retentie bestaat uit katheteriseren.
  • Bij diaree en braken; Geef voedingsadviezen en zorg voor een goede mondverzorging en verzorging van de huid rond de anus.
  • Bij ileus (darmafsluiting); overleg met behandelaar voor eventuele plaatsen van maaghevel.
  • Bij obstipatie; geef voedingsadvies en attendeer de behandelaar altijd op preventief laxantia bij opioïden gebruik!
  • Bij urine verlies; Overleg met de patiënt over oplossingen zoals incontinentiemateriaal, uritip, blaaskatheter en denk aan huidverzorging.
  • Bij zweten; adviseer katoenen kleiding en beddengoed en verschoon deze regelmatig. Voorkom en behandel smetten en decubitus
  • Overleg met behandelaar over eventueel wegnemen van de oorzaak.
  • Schakel zo nodig andere disciplines in bijvoorbeeld diëtiste, continentieverpleegkundige. mondhygiëniste of tandarts.
 
   
   

 

 
 
 
  • Gewichtsverlies/ anorexie
  • Misselijkheid / Eetlust
  • Mondklachten/ droge mond/ stomatitis
  • Vochtinname en dehydratie
  • Zorg voor goede voorlichting met name over het belang van goede mondverzorging.
  • Bespreek de ideeën en verwachtingen rond voeding met de patiënt en zijn naasten. (wensdieet)
  • Bij gewichtsverlies; Wegen op eigen verzoek. Maak een keuze tussen adequate voeding dan wel palliatieve voeding (alleen gericht op welbevinden).
  • Bij misselijkheid; kleine, frequente maaltijden, regelmatig kleine hoeveelheden drinken. Eventueel opwekken van boeren met matig koolzuurhoudende dranken.
  • Bij mondklachten; maak de mond zeer frequent vochtig bijvoorbeeld met behulp van een mondsponsje of waterspray. Gebruik géén lemon swabs!
  • Vochtinname; maak vochttoediening of juist het afzien van vocht in samenspraak met behandelaar bespreekbaar met de patiënt en zijn naasten.
  • Overleg met behandelaar over eventueel wegnemen van de oorzaak.
  • Schakel zo nodig andere disciplines in, bijvoorbeeld diëtiste, mondhygiëniste of tandarts.
  • Overleg met behandelaar voor eventueel verstrekken van medicatie indien adviezen onvoldoende helpen.
 
   
   

 

 
 
 
  • Decubitus
  • Hik
  • Jeuk
  • Koorts
  • Pijn
  • Vermoeidheid
  • Ga na of de oorzaak behandelbaar is.
  • Zorg voor goede voorlichting.
  • Bij decubitus; inspecteer regelmatig de huid op dreigende drukplekken en zorg voor hulpmiddelen ter preventie van decubitus. Licht de patiënt en naasten in over preventieve maatregelen. Voor wondbehandeling raadpleeg de richtlijn.
  • Bij hik; denk aan bijwerkingen van medicatie en overleg met behandelaar.
  • Bij jeuk; denk aan bijwerkingen van medicatie en overleg met behandelaar. Draag zorg voor goede huidverzorging, niet lang baden, geen zeep en huid vet houden. Voorkom smetten en nagels korthouden. Eventueel verkoeling door koude omslagen of ijs.
  • Bij koorts; maatregelen ter verwarming of juist verkoeling. Let op voldoende vochtinname.
  • Bij pijn; schenk aandacht aan de lichamelijke, cognitieve, emotionele, gedragsmatige, sociale, levensbeschouwelijke en culturele dimensies van pijn. Bevorder therapietrouw door optimale voorlichting en bespreken van verwachtingen en weerstanden.
  • Bij vermoeidheid; zorg voor balans in activiteiten met voldoende rustmomenten, zorg voor een vast dagritme en goede nachtrust. Adviseer de patiënt prioriteiten te stellen in het ondernemen van activiteiten.
  • Overleg met behandelaar over eventueel wegnemen van de oorzaak.
  • Overleg met behandelaar om medicatie te starten voor het bestrijden van de symptomen, wanneer de oorzaak niet weggenomen kan worden.
  • Schakel zo nodig andere disciplines in bijvoorbeeld wondverpleegkundige of maatschappelijk werk.